| |
Wie of wat is TC de Bataaf
De
aanzet tot oprichting van de toerclub werd gegeven tijdens de
jaarvergadering van 22 december 1957 van de wielerclub HSC de Bataaf. Op
aandringen van enkelen (en met name van ons erelid Henk Wesselius) werd
aan het bestuur gevraagd om een onderafdeling te starten voor
toerrijders. De gedachte was om voor oud-leden, die om een of andere
reden niet meer de wedstrijdsport konden beoefenen, maar ook voor dames,
jeugdleden en donateurs, fietstochten te organiseren en dezen te laten
deelnemen aan tochten van andere clubs. Aldus geschiedde en op 26
februari 1958 vond de daadwerkelijke oprichting van de toerclub plaats.
Er meldden zich direct 14 mensen aan als lid. De kersverse toerclub sloot
zich als 13e fietstoerclub in Nederland aan bij de Samenwerkende
Rijwiel Toer Clubs (S.R.T.C.). Bij de oprichting
van de toerclub werd besloten tot ‘het instellen van het
afstandskampioenschap der tourclub, het houden van trainingsritten en
onderlinge ritten, en deelname aan tochten van de S.R.T.C.’.
Aan het einde van het eerste jaar van haar bestaan telde de
fietstoerclub 29 leden, aan het einde van het derde jaar was dat al
gegroeid naar 40 leden. Daarbij had zij als eerste fietstoerclub in
Nederland een damesploeg. Tot april 2006 waren in het ledenbestand van
de huidige vereniging nog twee oorspronkelijke leden aanwezig, t.w. de
heren Jan Hoogenboom en Henk Wesselius.
Na het overlijden van Jan Hoogenboom is nu alleen Henk Wesselius nog ‘oerlid’.
De hoogte van de contributie bedroeg in 1958 Hfl. 5,--, waarvan de helft
bestemd was als donatie aan de wielerafdeling.
Omdat de fietstoerclub zelf nog geen toerritten organiseerde (dat
gebeurde pas rond 1962 met de, nog steeds bestaande, toertocht ‘Halfweg-Marken-Halfweg’),
bestonden de activiteiten van de toerclub toen uit het gezamenlijk
rijden van trainings-, natuur-, puzzel-, tempo- en prestatietochten,
vaak ook bij andere toerclubs. De allereerste rit (61 km.) vond plaats
op 30 maart 1958 en er volgden dat jaar nog 19 andere tochten. Dat men
de destijds geleverde prestaties niet moet onderschatten, blijkt wel
hieruit dat in 1958 met drie toerclubleden de tocht
Amsterdam-Maastricht-Amsterdam (525 kilometer) werd volbracht, terwijl
in 1961 deze rit zelfs door negen toerclubleden werd gereden met
daarnaast nog twee leden, die Parijs-Brussel-Parijs over 600 kilometer
fietsten. Bedenk daarbij dat de technische uitrusting van een fiets toen
bij lange na niet op het niveau van de huidige (race)fiets stond.
In tegenstelling tot nu, kon men toen ook als vereniging prijzen winnen.
Zo kreeg bijvoorbeeld de vereniging met de grootste ploeg deelnemers aan
een bepaalde tocht een prijs of werd de eerst binnenkomende ploeg met
een prijs beloond. Ook werd er, zowel als vereniging als individueel,
gestreden om het landskampioenschap voor wat betreft het in één
toerjaar totaal aantal verreden kilometers. Onze vereniging heeft zo
vele prijzen in de wacht weten te slepen.
Het ledental groeide langzaam en ondertussen had de N.R.T.U. (Nederlandse
Rijwiel Toer Unie) de plaats van de S.R.T.C.
ingenomen. Om diverse redenen besloot het bestuur jaren later (1977) om
de N.R.T.U. te verlaten en zich aan te sluiten bij de, inmiddels niet
meer bestaande, Z.H.V.(Zuid-Hollandse Verenigingen),
welke organisatie in 1981 werd verruild voor de toen net opgerichte
Toerafdeling van de K.N.W.U.(Koninklijke Nederlandsche Wielren
Unie)
De fietstoerclub zette ook steeds meer zelf
toertochten in elkaar en zo ontstonden, naast de genoemde rit ‘Halfweg-Marken-Halfweg’,
o.a. ‘De Drie Provinciëntoer’ (1964), een toertocht naar Nijverdal
(1970), ‘De Ronde van de Haarlemmermeer’ (1972), de ‘Poldertocht’
(1972), de ‘Klavertje Drie Tocht’ (1981), de ‘Molentocht’ (1982)
en de ‘Herfsttoer’ (1982). Al deze tochten (behalve de een- daagse
rit naar Nijverdal) worden trouwens nog steeds gereden. Zo wordt de ‘Ronde
van de Haarlemmermeer’ traditioneel op Paasmaandag georganiseerd en is
waarschijnlijk het meest bekende fietsevenement van de fietstoerclub. In
1984 deden daar zelfs 473 fietsers aan mee. De toerrit naar Nijverdal
over een afstand van 360 kilometer startte om 3.00 u. ‘s morgens
vanuit het, toen net in 1969 geopende, clubhuis in Zwanenburg. In 1972
deden aan deze tocht 28 deelnemers mee, in 1973 waren dat er zelfs 46.
Hoewel deze rit als officiële toertocht slechts enkele jaren heeft
bestaan, is zij tot voor enkele jaren terug toch ieder jaar door een
aantal fietsfanaten als eendaagse tocht gereden.
Dat vond altijd plaats rond eind juni en men startte dan om 5.00 u. ’s
morgens vanuit het winkelcentrum ‘De Kom’ in Zwanenburg. Ook kon men
bij de toerclub ‘sterritten’ (dat zijn ritten, waarbij de deelnemer
naar een vast afmeldpunt rijdt via een zelf te bepalen route en met een
afstand, die tot een bepaald maximum, eveneens zelf beslist mag worden)
rijden. Het eigen afmeldpunt van de fietstoerclub was oorspronkelijk ‘Café
De Keizerskroon’ in Halfweg (overigens tot 1969 ook startpunt van de
toertochten). Na opening van het clubhuis nam deze locatie de plaats van
‘Café De Keizerskroon’ in.
Daarna zijn er nog diverse afmeldpunten geweest, waaronder een
afmeldpunt in Uitgeest en een afmeldpunt in Zoeterwoude. Natuurlijk
werden er ook, al dan niet gezamenlijk, sterritten naar de afmeldpunten
van andere toerclubs gereden. Behalve toertochten en sterritten kende de
fietstoerclub ook ‘Ronden en Diagonalen’. Dit waren tochten, vaak
over grote afstand, waarbij men verplicht was om op bepaalde punten op
de route een controlestempel te halen. In tegenstelling tot gewone
toertochten, kon men hier zelf het tijdstip bepalen, waarop men wilde
starten. Door heel wat leden is van dergelijke tochten gebruik gemaakt
Het door alle
leden van de fietstoerclub gezamenlijk aantal gereden kilometers per
jaar groeide gestaag. Was dat in 1958 nog een totaal van 18.249
kilometer, in 1980 was dat totaal al opgelopen tot 98.213 kilometer. Ook
het individueel per lid gereden totaal aantal kilometers per jaar
groeide fors. Was het winnende aantal in 1958 nog slechts 3.358
kilometer, in 1967 was dat aantal inmiddels gestegen naar 8.630
kilometer, terwijl één lid in 1972 zelfs 26.295 kilometer bij elkaar
wist te fietsen en hiermee het landskampioenschap behaalde. Daarbij moet
vermeld worden, dat er in die tijd onderscheid werd gemaakt tussen ‘Recreanten’
(toeristische fietsers) en ‘Randonneurs’ (lange afstandsfietsers).
Recordhouder aller tijden is tot op heden echter Cees Hoevelaken, die
het jaar 1986 afsloot met een totaal van maar liefst 28.425 kilometer.
Vermeldenswaard is verder dat de fietstoerclub sinds 1983 een eigen
clubtenue heeft.. Het initiatief daartoe werd genomen door het toenmalig
bestuurslid Wim Bekker, die het clubtenue via zijn eigen Tweewielerzaak
sponsorde. Uiteraard heeft het tenue in de loop der jaren verschillende
malen een ander aanzien gekregen. Ter gelegenheid van het 50-jarig
bestaan van de fietstoerclub in 2008 werd zelfs een speciaal
jubileumshirt ontworpen, dat aan ieder lid als aandenken aan deze
mijlpaal als geschenk werd aangeboden.
Ook noemenswaard is dat enkele leden van de fietstoerclub in 1985, 1986
en 1987 hebben deelgenomen aan de Ronde van Nederland van de KNWU. In
1987 was het start- en aankomstpunt daarvan zelfs het clubhuis in
Zwanenburg. In dat jaar waren van de 98 deelnemers maar liefst 14
deelnemers lid van de fietstoerclub, met daaronder 2 dames. Uniek
daarbij is dat deze 2 dames de eerste vrouwelijke deelnemers waren, die
ooit aan deze Ronde hadden meegedaan.
Sinds 1982 wordt jaarlijks een meerdaags fietsevenement voor de leden
georganiseerd. Velen zien hier elk jaar weer naar uit en voor hen is dit
dan ook inmiddels een vast uitje geworden. Heel wat mooie streken in
Nederland, en soms zelfs daarbuiten, zijn ondertussen tijdens zo’n ‘Clubmeerdaagse’
bezocht.
Begin negentiger jaren vonden twee ingrijpende veranderingen bij de
fietstoerclub plaats. De Toerafdeling van de K.N.W.U. fuseerde in 1991
met de N.R.T.U. en deze nieuwe organisatie ging verder onder de naam
N.T.F.U. (Nederlandse Toer Fiets Unie). Dat
hield in, dat de fietstoerclub geen onderdeel meer van de wielerclub HSC
De Bataaf kon zijn, aangezien deze laatste bij de K.N.W.U. aangesloten
bleef.
De sinds de oprichting bestaande naam ‘Toerclub HSC de Bataaf’, werd
omgedoopt tot ‘ToerClub de Bataaf’. Hoewel de
fietstoerclub de clubkleuren oranje/zwart en het clubhuis van de
wielerclub HSC de Bataaf is blijven gebruiken, is het wel een aparte
vereniging met eigen statuten.
De tweede ingrijpende verandering vond een jaar later plaats. Met ingang
van het toerseizoen 1992 werd n.l. het ‘computerrijden’ ingevoerd,
hetgeen inhield dat men het in een toerseizoen gereden aantal kilometers
kon bijhouden aan de hand van de geregistreerde kilometerstand op de
eigen fietscomputer in plaats van in het tot die tijd in gebruik zijnde
Toerboekje (bij het begin van elk toerseizoen kreeg ieder lid van de
fietstoerclub zo’n boekje uitgereikt. Daarin werden alle gereden
ritten, zoals toer- tochten, sterritten, Ronden/Diagonalen,
bijgeschreven en afgetekend door de organiserende vereniging). Behalve
aan het Toerboekje kwam hiermede vrijwel ook een einde aan het tijdperk
van de sterritten en de Ronden/Diagonalen.
Op dit moment telt de vereniging ongeveer 120
leden en wordt er ongeveer elke twee weken een toertocht georganiseerd.
Zoals uit het bovenstaande relaas blijkt, bestaat de fietstoerclub dus
inmiddels al meer dan een halve eeuw (en behoort daarmede tot één van
de oudste fietstoerclubs van Nederland) en kan zij terugkijken op een
zeer rijke geschiedenis.
|
 |
|